zondag 30 maart 2014

De Vlieger en de Zwever

Eenmaal in de oase was er overvloed. Waar je ook keek, alles bloeide en droeg vrucht. De oude man vroeg aan de Vlieger waar hij vandaan kwam, het was hem aan te zien dat hij een lange reis achter de rug had.
"Ik kom van ver, een reis van jaren" en beet in de rijpe vrucht die hij van de oude man kreeg aangereikt. Deze keek vervolgens naar de Zwever en die zei:
"Ik weet het niet. Soms denk ik het te weten, maar dat is te vluchtig", waarop de Vlieger glimlachte van herkenning.
1845 woorden | beluister hier als mp3

"Vertel mij, Zwever, hoe je hier gekomen bent?" vroeg de Vlieger.
-"Ik ga waar de wind mij voert. Ik fladder en ben telkens benieuwd waar zij me nu weer heen brengt."
De oude man en de Vlieger luisterden aandachtig en knikten, terwijl de Zwever vervolgde:
-"Ik blijf altijd maar even, vluchtig, voel me vaak ongemakkelijk om lang te blijven. Ik kom eigenlijk net aangewaaid." Hij wendde zich tot de man met de sterk uitziende vleugels en vroeg:

-"En jij dan, Vlieger?"

De Vlieger keek naar de vrucht in zijn hand, als was het bezinning, veegde aandachtig zijn mond en haalde diep adem alvorens te antwoorden: 

"Ik ga recht waar ik heen wil. Ik neem geen omwegen. Ik geniet van de wind en ook al blaast zij me af en toe opzij, dan ervaar ik dat als een streling die ik met een glimlach begroet. Ik kom altijd waar ik zijn moet. Dat wil niet zeggen dat ik altijd weet waar ik uitkomt. Ik volg mijn hart en die dirigeert mij en leidt me naar plaatsen en mensen die ik te ontmoeten heb" en keek daarbij de oude man diep aan, die zijn blik beantwoordde. 


-"Net als ik dus", haastte de Zwever zich, "want ik weet het ook niet!" 
"Ik moet je corrigeren", zei daarop de Vlieger rustig, terwijl hij naar diens voeten keek, "want dat is niet vergelijkbaar, net als je deze vrucht niet met een andere kunt vergelijken. Je moet daarvoor weten wat het verschil tussen Zweven en Vliegen is. Ik was als jij en wist het ook niet maar begon een lange, lange reis en ben overal geweest voor raad. Toen ik genoeg van reizen had zette ik me neer en keek voor mij uit, wachtend, in rust. De rust bracht mij ingevingen. Ideeën die niet van mij waren maar wel in mij te horen, te voelen, en te zien waren. Het was dus 'als' van mij, het werd mij als het ware getoond; ín mij, niet vàn mij."

"Deze 'ideeën' werden talrijker en duidelijker en sterker naarmate ik mezelf vaker neerzette en de rust toenam. Het beviel me en dit ging jaren voort. Uiteindelijk merkte ik na zeven jaar dat de moedwillige gedachten van het Verstand zich neerlegden en hun meerdere accepteerde in de ingevingen vanuit het Gevoel. Echter niet eerder dan zich nog één keer te melden..."

Hij keek op naar zijn metgezellen en de oude man en de Zwever luisterden ademloos toe en keken hem aan.
"De rust bracht mij ingevingen. Ideeën die niet van mij waren maar wel in mij te horen, te voelen, en te zien waren

"Het Verstand meldde zich overwonnen. Dat was een heuglijk feit, een feestdag... in alle bescheidenheid trouwens want het speelde zich af in mij. Het was dus geen verlies maar een verrijking. Het voelde lichter en het Verstand voelde blij aan, alsof het zijn evenknie had gevonden in het Gevoel. Een gelijkwaardig huwelijk dat uitzicht gaf op een leven zoals ik als kind had gedroomd: alles ervaren vanuit het Voelen..." De Vlieger keek in de verte voor zich uit, tussen de beide anderen door; "en het Denken dat slechts dán in beweging komt, als het daartoe uitgenodigd wordt... in plaats van zich op te dringen om als eerste te zijn."

Ademloos keken zijn toehoorders en wachtten tot hij verder ging. "De sleutel vond ik in mij zelf, en daarin is 'Zelf' een woord met een betekenis die ik bij niemand meer terug heb kunnen vinden." Hij leek betreurd maar betekenisvol keek hij de oude man en de Zwever aan, met een twinkeling in zijn oog, die hij zag weerspiegelen in de ogen van de oude man, in wie hij een gelijke of in ieder geval gelijkgestemde herkende, omdat diens hart jong was gebleven en diens nieuwsgierigheid regeerde over zijn daden. Geduldig wachtte de oude man op het vervolg, terwijl de Zwever inmiddels licht ongedurig was geworden.

"Ik begreep wat 'Zelf' eigenlijk betekende, toen ik dagenlang neerzat en de weken, maanden en zelfs jaren verstreken. Het is niet zo dat ik niets anders deed, integendeel, alleen zorgde ik dat er royaal tijd met mij zelf was, elke dag". De oude man herhaalde mompelend zijn laatste woorden. De Vlieger mikte een pit met een boog tussen struiken en vervolgde: 
"Ik weet niets. Mijn hoofd is leeg. Mijn gedachten zijn in afwachting van de inbreng van het hart, dat, wat we ingeving noemen. Mijn gedachten komen pas in tweede instantie op gang, nadat er informatie vanuit mij zelf beschikbaar is gekomen. Nou kijk, daar heb je het: zelf... hart... dat is het zelfde. De ingeving komt van binnen. Die is afkomstig van datgene, dat we Ziel noemen."

De Zwever wilde reageren, tegensputteren en iets inbrengen, maar de Vlieger was hem voor. 
"Wacht even voor je verder gaat en mij onderbreekt. Wil je zo goed zijn te bekijken wat je doet? Kijk vooral naar je intentie. Bezie je eigen daden en merk op wat de oorsprong is van je daden." 
De Zwever keek hem beduusd aan. Hij voelde zich doorzien en klein bij iemand die kon Vliegen en wilde zich niet laten kennen, maar de Vlieger was hem voor geweest. De Zwever berustte erin, knikte en luisterde.

Liefdevol zei de Vlieger tot hem: "Ik was net als jij en wist niet beter. Ik was onwetend. Ik was ook een zoeker. Alleen ik ben nooit gestopt met zoeken. Ik vond waarheid... in mij zelf."
Hij keek de Zwever nu recht aan: 
"Díep in mijzelf. Zo diep, dat het voor mij niet te bereiken is maar wel míj bereiken kan, want zodra het opborrelt kan ik er bij, en de vruchten ervan plukken." De Zwever keek onwillekeurig naar de vruchten aan de boom naast hem. Hij begreep het niet maar wel op een dieper niveau. Als vanzelf pakte hij een vrucht van een tak en nam een hap. De Vlieger keek hem blij, open en geamuseerd aan. En vooral vriendelijk en warm.
"Díep in mijzelf. Zo diep, dat het voor mij niet te bereiken is maar wel míj bereiken kan, want zodra het opborrelt kan ik er bij, en de vruchten ervan plukken.

"Je wilde zojuist iets inbrengen wat lijkt een bijdrage te zijn maar niets bijdraagt aan wat ik zojuist verteld heb omdat dit míjn ervaring is. Je kunt je er niet in verplaatsen want je hebt het niet zelf meegemaakt. Wat anders rest je, dan te luisteren tot ik uitgesproken ben?"

Deze waarheid sloeg de Zwever om de oren en hij kon tijdelijk geen woord uitbrengen. Hij was als verdoofd en vergat zelfs de hap in zijn mond. De Vlieger daarentegen keek hem mild en begripvol aan. Geen spoor van verwijt. De boodschap leek mild en zacht uit zijn mond te komen, als een warme deken, terwijl zijn woorden aanvankelijk nog een aanval leken, ervoer de Zwever dat alleen in zichzelf en niet in de ogen van de Vlieger. 

De Vlieger vervolgde: "Jij wilde jouw waarheid inbrengen, echter, deze is geen ingeving en dus niet afkomstig van binnen, maar afkomstig van het Verstand. Het zou ruïneren wat ik je verteld heb. Waarheid bloeit als een bloem. We geven haar de ruimte opdat ze zich openen kan en ons kan verblijden met haar pracht, want dat is haar boodschap.
Verstand heeft de neiging de essentie te ontkrachten die bloeit als een bloem door deze te willen omvatten en bevatten en overheersen en controleren. De boodschap wordt vernietigd en de essentie van de waarheid wordt leeggezogen. Uitgeput. Zie je in hoe destructief dat eigenlijk is?"

Zwever knikte instemmend. Hij luisterde gebiologeerd. Hij kon met z'n mond vol trouwens ook niet veel anders. Hij had tegen de Vlieger willen zeggen "Ik begrijp jou niet", maar de Vlieger leek zijn gedachten te raden en was hem opnieuw voor:
"Geen wonder, want je kunt alleen kennen wat je in jezelf hebt omarmd. Daarom dienen we door te gaan met zoeken tot we de kennis vinden die als waarheid voelt. Die kennis vindt óns overigens en niet andersom, anders zou het afkomstig kunnen zijn van het Verstand. En zoals je weet, maakt die er meestal een potje van, in z'n eentje."


"Zie je in, hoe Verstand eigenlijk de boventoon wil voeren en alles overheersen?
Zie je in, hoe Verstand forceert, uitput en stuk maakt?
Zie je in, hoe Verstand eigenlijk teugelloos is en schreeuwt om hulp omdat het zijn partner kwijt is?"
Het daverde door het lijf van de Zwever heen terwijl de oude man met fijn toegenepen oogjes toeluisterde.

"Zie je in, hoe belangrijk het is dat we dat Verstand de plek gunnen, die het verdient? Náást het Gevoel in plaats van er bóven?"
"Geen wonder, want je kunt alleen (her)kennen wat je in jezelf hebt omarmd"

De Zwever en de oude man krabbelden nu beiden aan het hoofd. De Vlieger haalde diep adem en zag dat de boodschap z'n doel bereikt had en was uitgesproken. Voor nu. 

De oude man stelde voor een eind te lopen en zwijgend volgden de beide anderen hem. Ze liepen een heel stuk tot de oude man voorstelde om te gaan zitten en ieder voedsel aanbood. De pauze was weldadig geweest maar nu zag de Zwever zijn kans schoon om te vragen:
-"Geloof jij?"

De oude man zag de Vlieger diep ademhalen en gaf hem de gelegenheid om te antwoorden: 
"Dat heb ik nooit gekend. Ik vertróuw."

Dit antwoord had de Zwever niet verwacht. De mannen keken elkaar aan terwijl de Vlieger vervolgde: 
"Ik leef vanuit vertrouwen. Geloven... dat is niet zeker weten. Ga zelf maar na: hoe heet je? Geloof je dat of wéét je dat?"
"Geloof heb ik nooit gekend. Ik vertróuw.

De Zwever begon langzaam in te zien hoe de Vlieger in het leven stond maar wilde zich niet laten kennen. Hij zag nu diens sterke vleugels in volle glorie. Hij bewoog zich en maakte zich klaar om iets te zeggen, maar de oude man zei: 
--"Ik wist wel dat je ons iets bijzonders zou leren..." 
"Zo bijzonder is het niet. Het is voor ieder bereikbaar zelfs."
--"Het bijzondere is, dat het zo simpel is, vind je niet, Zwever?"

De Zwever keek nu nors voor zich uit en de Vlieger nam opnieuw het woord. "Net als ieder MensenKind was ik onzeker, schuw, angstig, zwak; jazeker. Dat is voorbij. Ik leef voorbij angst. Dat doet mij vliegen in plaats van lopen." En inderdaad, zijn vleugels toonden kracht, als was het van binnen uit. Ze zouden hem ver brengen, dacht de Zwever bij zichzelf na deze bemoedigende woorden.

Meer lezen: 'De vlieger vertelt: 'Kinderen stopte je in een crèche' en Wie verloren is, zoekt niet

Geen opmerkingen:

Een reactie posten